Ideeontwikkeling

Inhoudsopgave

In deze fase van het productieproces kies je een nummer, kom je met je idee, schrijf je een synopsis en een scenario en teken je een storyboard.

Idee

Stap 1. Kies een nummer

Selecteer met je bandleden een nummer. Het nummer moet een goed beeld geven van wat je allemaal in huis hebt, maar mag niet te lang zijn. Is het geselecteerde nummer langer dan vier minuten, overweeg dan een kortere video-edit te maken. Dit maakt de kans dat er voortijdig wordt gezapt aanzienlijk kleiner. De kijker moet na het zien van de video méér willen, niet minder.

Met de selectie van het nummer is de videoclip al halverwege. De tweede helft bestaat uit beeld, en begint met een idee.

Stap 2. Genereer een idee

Een goed idee komt niet altijd uit de lucht vallen. Organiseer een brainstormsessie om tot een idee te komen of om een bestaand idee te verbeteren. In een brainstormsessie kunnen deelnemers elkaar inspireren en zo tot nieuwe, betere ideeën komen. Uit de vele ideeën kies je ten slotte het beste.

Werkwijze:

  • Bepaal wat je met de videoclip wilt bereiken.
  • Analyseer de muziek.
  • Noteer álle ideeën.
  • Evalueer de ideeën en maak een keuze.

Kies vervolgens een bij het idee passende techniek. Het is mogelijk verschillende technieken door elkaar te gebruiken. Uiteraard moet bij deze keuze rekening worden gehouden met de uitvoerbaarheid. Een geloofwaardige live-action ruimtewandeling is lastig te produceren, maar dezelfde scène is met stop-motion goed te doen.

Video/film

Bewegend beeld wordt realtime opgenomen met een video- of filmcamera. Een film- of videocamera neemt eigenlijk heel snel achter elkaar foto’s. Bij het afspelen - het snel achter elkaar laten zien van deze foto’s - ontstaat de illusie van beweging. De meeste camera’s kunnen ook geluid opnemen. Deze techniek is geschikt voor een realistische weergave van de (geënsceneerde) werkelijkheid. Voordeel van deze techniek is de snelheid waarmee een video gemaakt kan worden. Je kunt je videoclip opnemen in de tijd die nodig is om het nummer te spelen.

Animatie

Ook bij animatie ontstaat de illusie van beweging door verschillende stilstaande beelden snel achter elkaar te laten zien. Het verschil met video en film is dat de beelden bij animatie niet realtime zijn opgenomen. Er zijn veel verschillende animatietechnieken, zoals stop-motion, cel-animatie, 3d-animatie, etc. Animatie is vooral geschikt voor niet-realistisch werk. Groot voordeel is dat het meest fantastische scenario op het kleinste zolderkamertje te verwezenlijken is. Nadeel is dat animatie erg arbeidsintensief kan zijn.

Stap 3. Schrijf een synopsis

Een synopsis is een korte (half A4), tot de verbeelding sprekende en enthousiasmerende omschrijving van de videoclip. Een synopsis helpt bij het beoordelen van het idee en bij het werven van medewerkers en sponsors.

Vraag feedback op je schrijfwerk aan je bandleden en enkele kritische buitenstaanders. Neem voldoende tijd om de synopsis te perfectioneren. In deze fase zijn aanpassingen nog eenvoudig, maar later in het proces zijn ze lastig, onmogelijk of onbetaalbaar.

Als je synopsis na drie versies nóg geen positieve reacties oplevert, ga dan terug naar stap 2. Ben je tevreden, verwerk dan je synopsis tot een scenario.

Stap 4. Schrijf een scenario

Een scenario is een gedetailleerde, chronologische omschrijving van álles wat er in de videoclip te zien en te horen is. In een scenario staan géén dingen die je niet kunt zien of horen, zoals gevoelens. Een scenario is opgesplitst in scènes. Een scène is wat zich ononderbroken afspeelt op één locatie. Wanneer het verhaal zich verplaatst naar een ander moment in de tijd of naar een andere locatie, begint de volgende scène.

Het scenario geeft alle betrokkenen een nauwkeurig beeld van de videoclip en van wat er allemaal nodig is voor de opnames. Acteurs gebruiken het scenario om zich voor te bereiden op hun rol en de artdirector kan bepalen naar wat voor soort locaties hij op zoek moet.

Op basis van het scenario maak je vervolgens een storyboard.

Stap 5. Teken een storyboard

Een storyboard is de videoclip in plaatjes en lijkt sterk op een stripverhaal. Ieder plaatje van een storyboard verbeeldt een shot (doorlopend videofragment van één camera). De shots samen vormen de scènes. Met behulp van een storyboard kun je van tevoren je camerastandpunten, camerabewegingen en de duur van een shot bepalen. Ook kun je de lichtbronnen en eventuele transities (overgangen) aangeven. Houd bij het maken van een storyboard rekening met je budget. Vogelperspectief is leuk, maar helikopters zijn prijzig.

Storyboard

Het camerastandpunt is bepalend voor de betekenis van een shot. Er zijn drie soorten camerastandpunten: objectief, subjectief en point-of-view (pov). Een objectief shot laat het publiek ‘meekijken’ vanaf de zijlijn. Een subjectief shot laat het publiek ‘first person’ kijken door de ogen van een personage in de video. Een pov is een objectief shot dat nét niet subjectief is: het publiek staat als het ware vlak naast een personage. In veel videoclips richten de bandleden zich direct tot het publiek: ze kijken in de lens (pov). Dit heeft tot gevolg dat het publiek zich persoonlijk aangesproken voelt.

Afhankelijk van wat je in een shot wilt laten zien, kies je voor een totaal, medium of close-up in combinatie met een hoger of lager standpunt. Een totaal wordt vaak gebruikt aan het begin van een scène, zodat het publiek zich kan oriënteren. Een medium-shot is het meest voorkomende en heeft een combinatie van de voordelen van een totaal en een close-up. Een close-up is bijvoorbeeld geschikt voor een goed beeld van een gezichtsuitdrukking. Naast de soms praktische noodzaak heeft een hoger of lager standpunt ook betekenis. Een laag standpunt maakt het onderwerp dominant en een hoog standpunt maakt hetzelfde onderwerp ondergeschikt.

Naast de betekenis van een camerastandpunt is het van belang dat een shot goed aansluit op het vorige én volgende shot in de montage. Wanneer je twee sterk op elkaar lijkende shots na elkaar zet, lijkt de inhoud te verspringen. Dit heet een jump-cut, en die wil je niet, tenzij je nummer jump-cut heet. Wanneer shots elkaar slecht opvolgen, raakt het publiek gedesoriënteerd. Probeer de video in beweging vóór je te zien. Als de beelden elkaar logisch opvolgen, ben je klaar voor de volgende fase.

Het is soms moeilijk te bepalen welk shot het beste werkt op een bepaald moment. Bovendien kan tijdens de opnames of in de montage blijken dat een opname toch niet werkt zoals verwacht. Neem daarom ook alternatieve shots op.

Een goed storyboard is erg handig in alle volgende fasen van het productieproces. Tijdens de opnames kun je het gebruiken als checklist, zodat er niet te veel of te weinig wordt opgenomen. Als je het storyboard tijdens de opnames netjes hebt gevolgd, kun je het in de montage eenvoudig nabouwen.

Totaal medium close

Totaal, medium en close-up

Naar boven